11 januari 2009

How much the light

what then are we,
but clotted energy
which, slowed by time and space
was turned to mass
and which in turn, returns to
where it came from
when atoms all reshape
as life-forms fade

how much are we to know
of what we’re made of
how much of why we die
or why we’re born
when all we know for sure
is that our feelings
are all we know for now
for all we know

every thought
involves a future moment
or moments that,
long gone, are yet forlorn
and only what we feel
involves the present
and present things
are all we know for real

that much I know of truth,
known to all beings;
how much we are the core,
the light that loves
and never fades and always
gives us feeling
for as long as we shall live,
and then some more

23 april 2008

X1, X2 = -wij ±wij² - 4 ik jij

gedeeld door 2 mij

13 april 2008

van iedereen en niemand

toen tussen twee geliefden
zoveel sterren geboren
werden, dat er gaten
verschenen om in te verdwijnen
zochten ze elkaar
in onschendbaarheid op

zij als muze
maakte hem tot kunstenaar
en zo werden ze beiden
door de wereld bemind
maar er was een verschil:
waar zij van niemand was
was hij van iedereen
      
'is het niet prachtig
dat tussen iedereen
en niemand
mensen elkaar vinden’
zei hij, zoals dat zijn taak was

en zij deed
alsof ze hem niet hoorde
want dat was de hare

 

9 april 2008

KG

van een man van wie ik dacht

ik ken een man
van wie ik dacht dat ik hem kende
toen er niks meer over was
dat lelijker was dan hij
bekeek hij zichzelf
een paar duizend keer en besloot:
ik ben oud

onder het minder wordende haar
en de diepere grauwe kloven
was het de dunner wordende huid
die meer nog dan zijn leeftijd
zijn lelijkheid liet doorschemeren:
die scheen naar buiten toe
van binnenuit

toen er geen cel meer over was
om mee te onthouden
noemde hij ieder boek te lang
en las zo heel veel zinnen niet
die hij wel had horen lezen
ik noem er één:
als je omlaagtrapt,
blijf je stilstaan,
en toch lijkt het alsof je omhooggaat

toen er geen mens meer over was
om weg te pesten
werd zijn woede bitter
tot er ook niemand meer was
die van hem hield
onder de mensen die hem
onvoorwaardelijk niet haatten
begon hij een rangorde

dochter twee kwam op plaats 1
dochter 1 kwam op plaats twee
zijn vrouw telde
al heel lang niet meer mee
liet hem al jaren
onvoorwaardelijk koud

toen er geen site meer was
die hem nog toeliet
werd hij meester
van zijn eigen web
doctor Who speaks
twenty-one languages
of loneliness

20 februari 2008

Uit de chaos van mijn keus (Vertaling)

Uit de chaos van mijn keus
en de chaos van mijn kunst
keer ik mij, opnieuw, tot jou

zo een naald zich naar de pool schuift
zo het hoofd zich naar het hart buigt
in wat de ziel aanschouwt

zo keer ik, verlang ik jou weer
zo verlang en keer ik weer

naar mijn lief, die door de chaos
waarheid brandt, mijn pad verlicht



Out of the chaos of my doubt

Out of the chaos of my doubt
and the chaos of my art,
I turn to you inevitably

Like a needle to the pole turns,
like the told mind to the soul turns,
in its uncertainty

So I turn and long for you
so I long for you and turn

to the love, that through my chaos
burns a truth and lights my path

(Merlyn Pyke)

13 januari 2008

O

in antwoord op iets waarin
–god- een vraagstuk is, of
in afwachting van waarop
–ik- een antwoord ben

volgt nu een terugblik,
waarbij de afstand tot het
beginpunt toeneemt met
wat vooruit wordt gezet

zo terugziend zou daar zijn:
geen toekomst anders dan
nog heel veel meer verleden
noem het een tunnel van tijd

een punt in die zin dat je
hem erachter denkt;
een doorsnede ziet

10 november 2007

/Vlasgast/

het levensverhaal van de ontsnapte
negerslaaf gaat ongeveer zo:
bij zijn geboorte regende het katoenvlokken

toen hij acht werd kende hij de gewassen van de landstreek
uit zijn hoofd aan de hand van de vereiste plukkracht
zijn gevoel voor vrijheid begroef hij in de akker

op z'n twintigste ontkiemde het als
halmen van tarwe, dromen van graan
het liet te wensen over

zo jong al voerde hij gekscherende gesprekken
draadloze communicatie met een libel en heel soms
de omarming van een donkerder boom

kater is ruk en dekt de lading niet

met mijn oogstvermogen op de schroothoop
lag ik total loss gekotst
tussen de makkers in het oosterpark
 
als je die voert gangbangen ze zich een volksbeweging
sprak de retorische pater ooit
als ook: met ieder joch ook zoveel niet

onderworpen aan mijn eigen peristaltiek
denk ik 1. je bent zo dood als je je voelt
en 2. dat je jezelf vergeet dat komt erna

23 oktober 2007

bom in de buggy (vrt. v. boy in the bubble)

T was een rustdag
En de zon scheen gloeiend
Op soldaten aan de kant van de weg
Er was een fel licht
Het kletteren van winkelraam
De bom in de buggy
Ging af met iemands mobile phone

Dit zijn de dagen van wonderen en goden
Mobiele telefonie
Hoe google-earth ons overal zichtbaar houdt
Dat is hoe wij ons nu zien
En hoe we kijken naar een verre constellatie
Die dood gaat in een hoek van het heelal
Dit zijn de dagen van wonderen en goden
Maar huil niet, lieverd, huil niet, als je valt

Het was een zandwind
En hij zwiepte over duinen
En hij rolde in de barensschoot
En een dood zand
Dalend over kinderen
En de vaders en de moeders
Semi-automatisch land

Dit zijn de dagen van wonderen en goden
Mobiele telefonie
Hoe google-earth ons overal zichtbaar houdt
Dat is hoe wij ons nu zien
En hoe we kijken naar een verre constellatie
Die dood gaat in een hoek van het heelal
Dit zijn de dagen van wonderen en goden
Maar huil niet, lieverd, huil niet, als je valt

Het is een draai-je-om schrikschot
Het is allen in de houding
Elke generatie gooit zijn helden op ’t podium
Religies zijn weer heilig en heiligen zijn god
De bom in de buggy blaast de baby in ons hart kapot

En ik geloof: er zijn UFO's in de jungle
UFO's in woestijnen en op zee
Staccato stromen constante informatie
No strings attached-gemeenschap van miljonairs
En biljonairs en lieverd

Dit zijn de dagen van wonderen en goden
Mobiele telefonie
Hoe google-earth ons overal zichtbaar houdt
Dat is hoe wij ons nu zien
En hoe we kijken naar een verre constellatie
Die dood gaat in een hoek van het heelal
Dit zijn de dagen van wonderen en goden
Maar huil niet, lieverd, huil niet, als je valt

7 november 2006

routine

we zijn hier met iedereen bijeen om van onze
vuist een hand en van onze kop een hoofd te
maken en wij stellen ons voor als het wondere
wezen zoals altijd door ons in onszelf vermoed
nemen elkaar bij die onschatbare schouders

slaan onze armen ineen tot een prachtig
collectief gebaar en omvatten de warmte
in al haar onafwendbare vrede dit alles
doen wij tot aan willekeurig welk einde

omdat het allemaal aan tijd te danken was 
we altijd te weinig te danken hebben gehad
en na het overwinnen van de doodsangst
en het omhelzen van de doodsdrift
strelen we elkaars lichaam tot er geen

minder delen zijn en wij krimpen uiteen
sommigen leggen met het grootste gemak
hun hart in elkaars hand, in de volledige
overtuiging van wat daarvoor nodig is
anderen droegen hun hart al van buiten

daar, tussen de flarden van onze tongen
zullen wij ons laatste woord vergeten
dan weten we de goden aan de overkant
verdrongen met de routine van een feit

12 augustus 2006

C'est moi

Karlijngroet

Hoe snel went een hotel.

Een kamer in het Marriot, Leidseplein te Amsterdam,
met goud en eikenhout gevuld, onthulde haar bewaard
geheim, toen ik daar eens te slapen kwam.

Bij binnenkomst werd ik op slag zeer eigenaardig.
Zoals haar schat zich openbaarde, werd ik van
geld en zwaar verliefd op het dressoir.

Het breedbeeldtelevisiescherm, veel groter
dan in menig huis, bad dat een eigen kamer had,
buro met eau, de wereld was een wonder van genot.

En toen ik bij het venster kwam, beneden mij het
plein bewoog, een kloppend stukje blije stad,
ontwaarde ik mezelf daar in het raam.

Ik was nog ik, en toen ik mij, geschrokken
van dit spiegelbeeld, de kamer achter ons
indraaide, was alles al gewoon en klein.

Hoe snel went een hotel, dacht ik, en heb de rest
van het verblijf, naar het veranderend zicht getuurd.
En weet nu: zo precies gaat dat met ons.

Met ons, met jouw en mijn gezicht, dat saai wordt
en vervelen gaat, als tijd het onbewogen laat:
zonder rimpels raak je aan een mens gewend.

Panter(s)

Panter (vertaling van: Der Panther -Rainer Maria Rilke)

Zijn blik is van het dralen langs de staven
zo moe geworden, dat hij geen meer ziet.
Hem schijnt, dat ze hem duizend staven gaven;
achter zo'n muur ziet hij de wereld niet.

De zachte tred van sterk en soepel rennen,
die keer op keer de kleine kring rond gaat,
is als een dans van kracht rondom een midden,
waarin beduusd een grote wil stilstaat

Heel soms maar gaan de tralies voor de blik
geluidloos op-. Dan komt een beeld ervoor,
langs de door stilte aangespannen nek -
het hart in en direct weer door.

Der Panther

Sein Blick ist vom Vorübergehn der Stäbe
so müd geworden,daß er nichts mehr hält.
Ihm ist, als ob es tausend Stäbe gäbe
und hinter tausend Stäben keine Welt.

Der weiche Gang geschmeidig starker Schritte,
der sich im allerkleinsten Kreise dreht,
ist wie ein Tanz von Kraft um eine Mitte,
in der betäubt ein großer Wille steht.

Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille
sich lautlos auf -. Dann geht ein Bild hinein,
geht durch der Glieder angespannte Stille -
und hört im Herzen auf zu sein.

Rainer Maria Rilke

20 mei 2006

Ode enzo

Wie kent 'm niet: Mohs Volke. (Dichter, MC en waanzinnig goed in alles). Wie 'm wel kent weet dat hij al te bescheiden is en daarom hier nu graag het gedicht dat ik persoonlijk misschien wel het beste gedicht vanaf 2000 vind: NUL, door Mohs Volke, Mohs. Volke. dus.

NUL

In het begin was er aantrekkingskracht.
Er waren geen getallen, er was gevoel.

En het gevoel trok samen in voortdurende extase
tot het eerste punt. Het eerste punt lag in het eerste getal.
Het getal nul. Nul was zich niet bewust van een oorsprong of begin.
Het was de eerste herinnering; een eeuwig stromen om zichzelf nu
het zichzelf omringde. Nul was te laat, dat wist het.

Te laat om geen begin te hebben, het zag zichzelf en toen.
Toen niet meer, nooit meer. Het verdichte eerste punt werd steeds sneller
omcirkeld door het zichzelf achterhalende besef; het kromp verder ineen.
Door de nul kromp de extase ineen. En zo werd het ene geboren.
Een was een eenheid die gesmeed was uit zelfbewustzijn.

De nul nu, werd de een gewaar, door zijn grote aantrekkingskracht.
En de nul, die zich altijd vaag het niets herinnert, voelde zich nieuw
gemaakt door de een. Terwijl de nul kracht onttrok aan het ene,
begon het zich de een te herinneren; en omdat het beeld
van het ene zo sterk was omringde de nul zich met enen
Dit alles gebeurde zonder oponthoud of rust want de nul wist,
zoals het ene en alle dingen, dat het geluk niet op kon.

Maar de een had een geheim.
De een was, door de aantrekking van de nul, hol en gesloten.
Zo was er naast het geluk ook eenzaamheid. Daarom zijn alle
dingen gelukkig in het ontstaan en is de herinnering aan
dat geluk eenzaamheid. Alle dingen zijn een.
Alles dat deze dingen niet zijn is nul. Tussen het geluk van het zijn
en de herinnering aan niet-zijn, is het soms mogelijk dit te bedenken.

Paradox

Ik wil hierin het stiekeme berijmen
het verborgene, verdoezeld door de tijd.
Maar raak bij het beschrijven van geheimen
verwikkeld in een paradoxale strijd

om de inkt. Die verwoordt slechts bij de gratie
van mijn pen, die hem afweegt en berekent
naar de waarde die hij toedicht aan 't moment.
Het is daarom dat ik mij niet in staat zie

op te schrijven waar ik hier nu over dicht.
Tot kunst verwoord en openbaar bekent het
woord onschuldigheid. Kwaad kan zo nooit verlicht.
Geheimvolle kunst heet sublimatie, met het

vangen vergaat het stiekem element.
Zoals een lichtbron geen eigen schaduw kent.



Hoe gruwelijk (naar: Het Huwelijk)

Toen zij de geuren rook van hekel en venijn
de dampen van de haat, die heel zijn lijf ging meten,
zijn lippen had bezield, zijn handen had bezeten,
toen haalde zij haar gram en grijnsde bij zijn pijn.

Ze liet haar buik hangen, trok geen korset meer aan
en tuitte niet haar mond, maar spuwde met het eten.
Ze zou hem zijn leven lang, niet toestaan te vergeten,
dat hij ongelukkig was, maar nooit weg zou gaan.

Want weggaan deed hij niet, al kon haar platte borst
een hele stapel pennen, onder zich vast klemmen.
Die theezakjes van vel, lopend niet te temmen,
die toonde ze expres, als ze iets had gemorst.

Zij dacht: zijn viezig ondergoed, het stonk altijd.
Ik moest de vlekken uit zijn onderbroeken schrobben.
En hoe het altijd rook, het water uit zijn tobbe,
als lijken in een vlucht die voorbij je glijdt.

Maar weggaan deed zij niet, want tussen vrouw en man
staan mensen in de weg, die willen overwinnen.
En ook een ogentwinkel, die we ons nog herin'ren
en waar je in de strijd zo naar verlangen kan.

Zo werden kinderen groot en raakten het gewend,
hun liefdeloze ouders, levenslang gedreven,
door angst voor wat een mens, de ander hoort te geven,
gewoon de eerlijkheid dat je belangrijk bent.

27 april 2006

Familiespel

kom naar beneden, en sla je pa
het nieuwe gezinsspel, voor zaterdaga-
vond en de hond, doet gezellig mee
broek naar benee, tanden in z'n kont
en dan als wapen, in de gapen-
de wond: dat verzint u zelf wel
niet teveel regels verbinden
aan dit spel, maar de zegels,
een per lel, kunt u sparen
en per kaart -vijftig zegels per
vel, krijg je niets, maar wordt
je iets bespaard, er wordt iets
uit uw herinnering gewist
tot pap-lief langzaamaan
als vermist, door uw jeugd
kan gaan. "Kom naar beneden"
maakt u rijk, en geeft hem eindelijk
ook eens een keer het kijken na
sla je pa en laat je ma hem
grijnzend vragen: deed 't zeer?


Groter dan

natuurlijk kan geen slaap gevat
als heel de tijd tot vrijen maant
als zelfs de maan het voor 'n keertje
minder eb dan vloed laat zijn
je de golven op dat strand

voorbij de stad, voorbij het
steen doorregen land, door duin
en meeuwgeschreeuw voelt beuken
op het zand, en dan nog samen
groter bent dan dat

natuurlijk wordt het kleine
uit het grotere herleid
veel enger is een warme hand
als hij in al z'n sterfelijkheid
herinnert aan de dood


21 november 2005

Laten we het over ons hebben


Op de schaal van eeuwigheid, zijn we
allen even oud. Maar ook een overgang
van tijden, een stop tussen beide: nu.
(Als scheiding tussen toekomst en toen
moesten we eigenlijk praten laten, niets
meer zeggen, niets meer doen.)

Maar jij, zo zwart zag jij jezelf dat
ik die jou te licht beminde, aan glans
verloor bij de gratie van jouw blik.
(Alsof niet alle liefde zuiver, ook
voor de dode bladeren die op jou
nog een leven blijven doorgroeien.)

Nu verhouden wij ons tot elkaar, als
communicerende vaten: de afname
van verdriet maakt een afscheid feit.
(Misschien als je geloofde in de maan
konden we samen huilen. Verdorven
kind, ik trek geen grens bij de nacht.)

Men neme de meest eenvoudige
compositievorm en dit is wat je krijgt.
De wortel uit ons; een Cup-striée.
(Ergens achter glas, een god die
zich aftrekt op de wereld die hij met
de duivel deelt -mooi maar lelijk.)



17 november 2005

Oma

Een laatste kus. Een laatste woord.
Een laatste hand. Alles aan de kant.
Hier wordt gestorven. In alle rust.
Onverstoord.

Een hartklop kruipt naar boven, tot
haar hals bonst. Bloed gonst vandaag
de kortste ronde: wonden sloopten
heel dit uitgewoonde lijf.

Van alle weerlegde woorden, blijft
afscheid onbewogen staan, wie
gekomen is zal gaan. Voor wie
haar achterliet, wordt ze geboren.

Een laatste kus, een laatste woord,
een laatste hand. Dan de geest die
ogen sluit, opent aan de andere kant.
Ze ademt in. Ze ademt uit.



Nul

Als waarheid is wat ik geloof,
is hier geloof ik alles waarheid.
Hier, in deze zin uit het bestaan.

In deze regels die je leest,
waar je ze ook verzinnen kunt,
zit elke god verstopt, ieder verhaal.

Het is de nul, het is het nulpunt,

het stipje op de muur
dat in wit verdwijnt
als je heel lang kijkt.

Een arm op het kussen
die met knipogen verschuift
en dan de ruimte daartussen.

Zo iets bestaat uit niets, als jij niet ziet,
zo ook is nul er wel, is nul er niet.


15 november 2005

Het besef van het goede

(Naar: het geheim van de dichters, door Mohs Volke)


Het besef van het goede kwam niet zomaar
Iedereen moest er iets voor laten
Gelovigen dachten dat God met hen sprak
zoals kinderen soms kunnen dromen

Maar God trad zelden naar buiten
De waarheid liet dat niet toe
Er is geen god, begon de natuur
voordat de geschriften werden geschreven
De priester las voor:

"en waar is het nog goed?
in ons hart
in dat van de ander
in de huid
in het hoofd
erboven
komt het naar ons toe,
als vergeving voor de dood?

God bestaat niet! riep iemand
Kwaad, wees de wetenschap
Goed vermomde zich als schaap
en iedereen begon het te tarten,
als kanker

Tussen de landen werd gevuurd
Het regende stenen over en weer
Veel warmte raakte de weg kwijt
Het was, alsof alles voor goed
geweest was

Het besef stierf, niet lang daarna
aan domme gedachten, een gebrek aan lucht
Altijd had het de hoop gekoesterd,
gefluisterd te worden, zonder enig publiek

Het was als een mode voorbij gegaan,
en tussen seizoenen uit winkels gehaald,
Het schudde de kussens van oude dementen
en keek naar de echografie van de foetus.

Het wilde gekend worden, en geliefd
Het scheurde zichzelf de huid van het lijf
om schoner te zijn, van aarde ontdaan

Het besef nam zichzelf mee in het graf
Net zoals het altijd bestaan had
In dood tot leven gebracht


KG

14 november 2005

Kartonnen Kasteeltje


haar woorden
haar vechtende ridderwoorden
verraden hun orde
en laten zich verleiden
tot vluchten
ongerijmd

daar gaan ze
ze wijst ze na
en wenst ze toch
het beste toe
ze volgt ze
speelt even voor sirene
wijst ze na
en tracht ze te sturen
als was zij nog
hun dirigent

ze landen op de
stilte van een netvlies
worden gevangen
achter de oogluiken en
een zucht van herkenning
wordt geslaakt

zij gebiedt ze
halt te houden
en terug te keren
tot het gebied
dat zij hen bood

maar er is geen
houden aan
ze hebben reeds ontmoet
hartewoorden
sprekend in akkoorden
met een ongekend metrum
en zij
ach zij
zij fluist'ren over liefde
en laten dus van haar ridders
niet veel heel

nu zonder hun gezelschap
leeft zij haar
ongeschreven leven
in haar kartonnen kasteeltje
en roept schrijvers aan
om te bestaan


Stilte

het metaal was minder moe
dan gedacht, liet verdacht
weinig stilte door die dag
schiep een ruimte die geen
blik vermoeden deed
veel minder klein

en zij haalde ons niet in
alsof we steeds niet waren
waar we moesten zijn,
waren daar van land en water
niets geworden, onaantastbaar
grenzeloos, zo op de grens

tot we omsloegen en
krabbelden en zij ons bij
terugkeer overspoelde, toen
jij van steen en ik niet
zeggen kon wat ik bedoelde

hadden we moeten weten
dat als een mens het ooit
van stilte wint, zij in
stilte heeft gewacht, heeft
verwacht dat in geluid
groter gevaar

zoals je in een labyrint
bij kanteling, nooit eerder
dan het water, de uitweg vindt

KG

10 november 2005

Ziet

hij spoedt zich naar omstandigheden
onder andermans momenten door
er kijkt een man, naar iets
wat hij verloren achterliet        
iemands verleden
terwijl er vrouwen zwanger werden
die hij vanavond pas ontmoet
hij strekt zijn hand
naar moederborst        
en vaderland en groet
Echografie
veel leger dan het bedje van een baby
groot gegroeid naar 't vreemde bed gegaan
is het bedje van een doodgegaan bestaan

leger dan mijn buik na de geboorte
onder haar toeziend oog van streng ontdaan
is zij, die 't tweede kind, door mij verloren
nog elke nacht tegen haar wand voelt slaan

fantoomtrappen van kleine foetusvoetjes
komen samen met het kraken in mijn oren
als ik het in denkbeeldig bed hoor staan

dat zwart op wit voor altijd levend weten
door mij tegen haar aangedrukt van voren
had ons deze belofte, nooit geboren
dit eeuwig zwanger zijn, ooit doen vergeten
Nu zich mijn wegen scheiden

op dit kruispunt in mijn hart
het trottoir het lege blad
waar druppels zich
als letters laten lezen

wend ik mij verlegen
van mijn eigen stappen af
houd terwijl ik sta
de regen tegen

droog een schaduw
op het donker van de tegels
weet terwijl ik op de ochtend wacht

een schoner mens in mij
met nieuwe regels
de ander die de dag
voor mij bedacht

27 november 2004

Determinatie

Wie de gek en de slechte mens ooit oprecht heeft liefgehad, stond toen open genoeg om de overeenkomst tussen hen te herkennen. Beiden zijn ontstaan. Al blijft het onacceptabel, beiden, al hebben zij schuld aan hun daden, zijn onschuldig aan zichzelf. Even zo onacceptabel is het om de een in min of meerdere mate verantwoordelijk te houden voor de effecten van het zelf.

Wij moeten dit bestaan begrijpen als een gebeuren. Een ketting van oorzaak en gevolg, etc. De eerste oorzaak was misschien de keuze van het niets voor het iets. (De dag/nacht van het Universum.) Laten we dat dan God noemen en inzien: vanaf toen ligt alles vast. Zoals
een appel naar beneden valt. Mocht hij ooit naar boven vallen, dan is ook daar een reden voor, een oorzaak (waarschijnlijk meerdere.)

Daar waar wij geen oorzaak zien, laten wij geen vreemdere God, het Toeval, in het leven roepen. Laten we inzien dat daar wetten gelden, onafhankelijk van onze kennis en ons besef. Alles heeft een oorzaak en elke keuze maakt men op basis van een reden. Al kiezen we expres het tegenovergestelde, dan lag ook die actie in ons karakter besloten. In het verlengde van onszelf, tot hier. Vast.

Zo is vrije wil soms wel wil, maar nooit vrijheid. Immers; al dobbelen we om de uitkomst van onze keuzes, de stenen zijn ook onderhevig aan wetten, al nemen we die niet waar. (Onderhevig aan een tik van de maan, de stand van de sterren, de kanteling van de aarde op dat moment.) Anders rollen dan dat ze op dat moment doen kunnen ze niet, anders deden ze dat wel.

Zo ook de slechte mens. Niemand pleegt een moord als het gelaten kan. Hij/zij heeft daarvoor wat een reden was: hij/ zij gebeurde zoals de gek en zoals wij.

Of betekent het feit dat iets een oorzaak heeft niet dat deze oorzaak automatisch dat gevolg zou hebben? Is het een eenrichtingsverkeer: heeft iets wel een duidelijke oorzaak, maar ligt het gevolg niet per definitie vast? Had er eigenlijk net zo goed heel iets anders het gevolg kunnen zijn van een oorzaak? Gebeuren er dan dus per ongeluk dingen?

Ontstaan er dan zomaar gedachten aan moord en de behoefte daaraan toe te geven? De wil om te doden? Onstaat er dus ook zomaar een moordenaar? Moeten we die dan wellicht de gek noemen? En is die minder schuldig dan degene bij wie de moordenaar wel een reden had om te gebeuren? Bij wie de moordenaar een effect was van een bepaald mens -die zichzelf niet maakte- onder bepaalde omstandigheden?

U ziet, beiden laten geen ruimte over voor een keuze, een werkelijk vrije wil. In beide gevallen is wat er gebeurt, wat er gebeurt. Het gaat nooit anders dan het gaat. Zo is het gedeelte in het rechtsysteem dat mensen minder of meer toerekeningsvatbaar noemt onzinnig en moet het woord 'straf' uit 'strafrecht' gehaald worden.


Laatste berichten

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    
Neem inhoud van deze site over (XML)

Ego-document

  • Ego-document
    13-05-1977 Groet, Karlijn.
    groetyes@yahoo.com


    Publicaties:

    Dichter bij Eijlders
    Rottend Staal
    Hashiba
    Poezine
    Parmentier
    Aaargh
    feemeel
    En er is
    Echte Inkt
    Dicht-Slam-Rap 2
    Meander magazine
web-log.nl, powered by TypePad