Wie kent 'm niet: Mohs Volke. (Dichter, MC en waanzinnig goed in alles). Wie 'm wel kent weet dat hij al te bescheiden is en daarom hier nu graag het gedicht dat ik persoonlijk misschien wel het beste gedicht vanaf 2000 vind: NUL, door Mohs Volke, Mohs. Volke. dus.
NUL
In het begin was er aantrekkingskracht.
Er waren geen getallen, er was gevoel.
En het gevoel trok samen in voortdurende extase
tot het eerste punt. Het eerste punt lag in het eerste getal.
Het getal nul. Nul was zich niet bewust van een oorsprong of begin.
Het was de eerste herinnering; een eeuwig stromen om zichzelf nu
het zichzelf omringde. Nul was te laat, dat wist het.
Te laat om geen begin te hebben, het zag zichzelf en toen.
Toen niet meer, nooit meer. Het verdichte eerste punt werd steeds sneller
omcirkeld door het zichzelf achterhalende besef; het kromp verder ineen.
Door de nul kromp de extase ineen. En zo werd het ene geboren.
Een was een eenheid die gesmeed was uit zelfbewustzijn.
De nul nu, werd de een gewaar, door zijn grote aantrekkingskracht.
En de nul, die zich altijd vaag het niets herinnert, voelde zich nieuw
gemaakt door de een. Terwijl de nul kracht onttrok aan het ene,
begon het zich de een te herinneren; en omdat het beeld
van het ene zo sterk was omringde de nul zich met enen
Dit alles gebeurde zonder oponthoud of rust want de nul wist,
zoals het ene en alle dingen, dat het geluk niet op kon.
Maar de een had een geheim.
De een was, door de aantrekking van de nul, hol en gesloten.
Zo was er naast het geluk ook eenzaamheid. Daarom zijn alle
dingen gelukkig in het ontstaan en is de herinnering aan
dat geluk eenzaamheid. Alle dingen zijn een.
Alles dat deze dingen niet zijn is nul. Tussen het geluk van het zijn
en de herinnering aan niet-zijn, is het soms mogelijk dit te bedenken.
Paradox
Ik wil hierin het stiekeme berijmen
het verborgene, verdoezeld door de tijd.
Maar raak bij het beschrijven van geheimen
verwikkeld in een paradoxale strijd
om de inkt. Die verwoordt slechts bij de gratie
van mijn pen, die hem afweegt en berekent
naar de waarde die hij toedicht aan 't moment.
Het is daarom dat ik mij niet in staat zie
op te schrijven waar ik hier nu over dicht.
Tot kunst verwoord en openbaar bekent het
woord onschuldigheid. Kwaad kan zo nooit verlicht.
Geheimvolle kunst heet sublimatie, met het
vangen vergaat het stiekem element.
Zoals een lichtbron geen eigen schaduw kent.
Hoe gruwelijk (naar: Het Huwelijk)
Toen zij de geuren rook van hekel en venijn
de dampen van de haat, die heel zijn lijf ging meten,
zijn lippen had bezield, zijn handen had bezeten,
toen haalde zij haar gram en grijnsde bij zijn pijn.
Ze liet haar buik hangen, trok geen korset meer aan
en tuitte niet haar mond, maar spuwde met het eten.
Ze zou hem zijn leven lang, niet toestaan te vergeten,
dat hij ongelukkig was, maar nooit weg zou gaan.
Want weggaan deed hij niet, al kon haar platte borst
een hele stapel pennen, onder zich vast klemmen.
Die theezakjes van vel, lopend niet te temmen,
die toonde ze expres, als ze iets had gemorst.
Zij dacht: zijn viezig ondergoed, het stonk altijd.
Ik moest de vlekken uit zijn onderbroeken schrobben.
En hoe het altijd rook, het water uit zijn tobbe,
als lijken in een vlucht die voorbij je glijdt.
Maar weggaan deed zij niet, want tussen vrouw en man
staan mensen in de weg, die willen overwinnen.
En ook een ogentwinkel, die we ons nog herin'ren
en waar je in de strijd zo naar verlangen kan.
Zo werden kinderen groot en raakten het gewend,
hun liefdeloze ouders, levenslang gedreven,
door angst voor wat een mens, de ander hoort te geven,
gewoon de eerlijkheid dat je belangrijk bent.